Wie Zijn Wij

Stichting Surinaamse Doven Belangen

1. De stichting stelt zich ten doel:
A. De bevordering van en doen behartigen van de belangen van doven en anderen met een gehoorbeperking;

B. Het verbeteren van de maatschappelijke positie van doven en anderen met een gehoorbeperking;

C. Het stimuleren van de dovencultuur en de ontwikkeling van de Surinaamse gebarentaal.

2. De stichting tracht haar doel te verwezenlijken door onder meer:

A. Het bevorderen van de integratie van de doven en anderen met een gehoorbeperking, ondermeer door middel van voorlichting, publicaties, publiciteismedia en sportbeoefening;

B. Het bevorderen van de ontwikkelingsmogelijkheden van doven en anderen met een gehoorbeperking en doorbreken van het isolement middels de bouw van clubhuizen en dovencentra;

C. Het optreden als tussenpersoon bij het met elkaar in contact brengen van verschillende organisaties, die werkzaam zijn op sociaal, cultureel en recreatief gebied en hen erop attenderen hun initiatieven en werkzaamheden toegangkelijker te maken voor doven en anderen met een gehoorbeperking;

D. Het organiseren van bijeenkomsten en cursussen;

E. Het gebruik van een eigen clubhuis, waarvan de stichting eigenaar zal zijn, voor activiteiten van de stichting;

F. Het verrichten van alle andere handelingen in de ruimste zin van het woord welke het doel der Stichting kunnen bevorderen;

G. Het aangaan van samenwerkingsverbanden met nationale -, internationale – en regionale organisaties, die zich onder meer bezighouden met soortgelijke doelen en alles wat daarmee samenhangt.

Doven en slechthorende

Doofheid betekent veel meer dan ‘niet kunnen horen’. Doofheid betekent afgesneden zijn van een heel belangrijke menselijke eigenschap: interactie door gesproken taal. Niet alleen horen is voor doven een probleem, maar ook gehoord worden. Wie vanaf de geboorte niet hoort, heeft moeite met taalverwerving. Leren spreken is moeizaam, maar ook het aanleren van de taal zelf. Taal leer je nu eenmaal voor een groot deel passief, door te luisteren wat anderen zeggen en hoe ze het zeggen. Taalachterstand leidt vaak tot kennisachterstand. Doven moeten veel meer moeite dan horende mensen om kennis en informatie op te doen. Mensen die pas doof zijn geworden nadat ze hebben leren spreken, hebben minder problemen om zich verstaanbaar te maken en ook minder problemen met het begrijpen van taal, en dus met het opdoen van kennis en informatie. Ten slotte zijn er nog mensen die niet geheel doof, maar slechthorend zijn. Slechthorendheid is er in allerlei varianten. Er zijn mensen die bepaalde frequenties niet horen, waardoor een gedeelte van al het geluid wegvalt. Anderen horen wel alle frequenties, maar alleen heel zacht en met veel ruis. Ook voor slechthorenden geldt dat zij vanaf de geboorte of pas op latere leeftijd minder zijn gaan horen. Dus ook bij slechthorenden is er een verschil in de mogelijkheden voor taalbeheersing. Veel doven kiezen ervoor zich vooral te begeven tussen andere doven. De dovenwereld is voor hen veel toegankelijker en herkenbaarder. Ook is het daar soms makkelijker dingen te leren dan in de horende wereld. Maar de dovenwereld is een kleine wereld, en wie zijn volledige mogelijkheden wil benutten is ook aangewezen op functioneren in de ‘gewone’ wereld.

Kennedy Stichting School en Internaat 

De Kennedy-stichting is een instituut voor dove en slechthorende kinderen in Suriname. In 1946 werd in Suriname een school voor gehoorgestoorden opgericht en in 1965 volgde de Kennedy-stichting. Het instituut beschikt over een aantal gebouwen aan de Wanicastraat in Paramaribo op een terrein geschonken door de Zusters van Oudenbosch en de Fraters van Tilburg. De stichting is echter neutraal van aard: kinderen van alle religies en gezindten worden opgenomen.  

De Kennedy-stichting heeft een school en internaat, die los van elkaar staan, met aparte hoofden. De school telt circa 160 leerlingen, daarvan is ruim de helft ondergebracht in het internaat, omdat zij te ver van Paramaribo in het binnenland of in de districten) wonen, of omdat de huiselijke omstandigheden het voor deze kinderen onmogelijk maken thuis te wonen.

De school kent  

  • een peuterafdeling, waar het kind goed contact moet krijgen met de groep, en waar het geobserveerd wordt om de ervaringswereld uit te breiden en de andere zintuigen laten bijspringen waar het gehoor ontbreekt; 
  • een kleuterafdeling waar de kinderen ‘gelaatgericht’ worden, dat wil zeggen goed letten op het gezicht om tot liplezen te komen; 
  • zeven jaar basisonderwijs met gespecialiseerde apparatuur, in groepen van maximaal twaalf leerlingen; 
  • voortgezet onderwijs: huishoudelijk werk en naaiwerk voor de meisjes en een technische afdeling voor de jongens; 
  • uitgebreid onderwijs dat opleidt tot administratieve banen of bijvoorbeeld werk in een drukkerij. Zo werden enkele leerlingen opgeleid tot datatypist bij IBM. 

Voor het opmeten van de gehoorfunctie van de kinderen beschikt de stichting over een audiologisch centrum. 

Doven Cultuur

Dovencultuur is de term die wordt gebruikt ter aanduiding van mensen die cultureel doof zijn in tegenstelling tot mensen die doof zijn vanuit een medisch perspectief. Het woord “Doof” wordt met een hoofdletter D geschreven als het in de culturele betekenis van het woord wordt gebruikt.

De dovenwereld bestaat meest uit prelinguale doven. Niet in staat zijn om te horen is echter geen vereiste om je Doof te voelen. Ook horenden en slechthorenden kunnen Doof zijn als ze zich thuis voelen in de Dovenwereld. Het kan dus zijn dat een persoon die zichzelf Doof noemt in feite meer hoort dan een ander persoon die zichzelf (slecht)horend noemt. In dit opzicht is het gebruik van het woord Doof meer een uiting van je persoonlijke identiteit dan dat je er je (on)vermogen om te horen mee aangeeft. Cultureel dove mensen beschouwen doofheid niet als een handicap. Binnen de dovenwereld is het Doof zijn juist een pluspunt, net zoals het fijn is om Marokkaan te zijn binnen de Marokkaanse gemeenschap. Het Doof zijn en de gebarentaal als gemeenschappelijke minderheidstaal zorgt voor een sterk eenheidsgevoel binnen de dovenwereld. Dat wordt nog verder versterkt doordat doven zich vaak buitengesloten voelen bij bepaalde aspecten van de horende samenleving.

Een voorbeeld in hoeverre doofheid als positief wordt ervaren is dat veel Doven graag dove kinderen willen. Dat is vaak moeilijk te begrijpen voor horenden, zeker als je in aanmerking neemt dat het voor horende ouders erg moeilijk is om dove kinderen op te voeden. Omgekeerd vinden dove ouders het moeilijk om horende kinderen te hebben. Voor ouders is het altijd makkelijk als ze in staat zijn om te communiceren met hun kinderen en ook een idee hebben van de belevingswereld van hun kinderen. Zo weten dove ouders uit eigen ervaring maar al te goed hoe dove kinderen iets beleven, bij horende kinderen hebben ze dat niet. Horenden die doofheid als een handicap behandelen of het bestaan van een dovencultuur in twijfel trekken kunnen soms boze reacties krijgen vanuit de dovenwereld. Die reacties zijn vaak een gevolg van persoonlijke ervaringen uit het verleden, toen het doven jarenlang niet was toegestaan om gebarentaal te gebruiken en ze niet zelf konden bepalen welke opleiding ze wilden volgen.