Foto: Irvin Ngariman

By Arjen Stikvoort

PARAMARIBO – Zij is een Bekende Surinaamse geworden. Een paar keer per week staat gebarentolk Rosita Etnel op televisie en ‘vertaalt’ voor doven en slechthorenden wat verteld wordt tijdens de Covid-19-persbijeenkomst. “Ik ben blij dit te mogen doen”, zegt Etnel. Ruim vóór de uitzending wordt het één en ander geoefend met de camera. Sta je goed? Zit alles goed? Als het managementteam er is, begint de uitzending.

Etnel’s fascinatie voor de gebarentaal ontstond in 1975 toen ze begon te werken bij de Kennedy Stichting, een instituut voor dove en slechthorende kinderen. “Ik raakte onder de indruk van de communicatie en de gebarentaal met deze doelgroep. Gaandeweg ben ik me er steeds meer voor gaan interesseren en me erin gaan verdiepen. Je leert voortdurend bij als je vaak met doven en slechthorenden werkt.”

Ze volgde geen specifieke opleiding, maar schoolde zich door cursussen in Suriname en Nederland. Gebarentaal is niet een één-op-één-vertaling van woord naar gebaar. Mimiek en lichaamshouding zijn volgens haar ook heel belangrijke bij het overbrengen van de boodschap. Bovendien is de taal altijd in ontwikkeling en moet je rekening houden met de leeftijdsverschillen in de doelgroep.

Met haar twee collega’s Astrid Wittenberg en Stephanie Waridjan draait ze een wisselend rooster tijdens de Covid-19-persconferentie. “We doen het om en om, omdat het fysiek best zwaar is.” Even met de handen over elkaar staan als men in herhaling treedt, is er volgens de tolk niet bij. “De doelgroep wil letterlijk alles volgen. En als je dan niets uitbeeldt, vragen mensen zich af: ‘maar Rosita wat zeiden ze daar en daar?”

Hoe belastend het kan zijn schetst Etnel met een voorbeeld: enkele weken geleden moest een gebarentolk tijdens de Covid-19-persconferentie in Nederland worden afgelost, omdat het zwaar werd. “Sinds toen doen ze het met z’n tweeën en die persconferentie duurt een uur. Dat is bij ons gelukkig nog niet voorgekomen, maar onze persmomenten duren soms wel twee uur. Daarnaast worden er ingewikkelde onderwerpen besproken en praat de één sneller dan de ander.”

Na afloop heeft ze wel een goed gevoel, “maar dan ben ik niet klaar. Ik verzorg dan meestal thuis nog videocalls met mensen die het hier en daar toch niet goed begrepen hebben en opheldering willen.” Wiren Meghoe, op wiens leven de film ‘Wiren’ is geïnspireerd, is doof. Hij is blij met de vertaling van de Covid-19-uitzendingen. “Ik kan mevrouw Rosita goed begrijpen. Het is goed dat de doven ook de informatie krijgen, zodat zij veilig kunnen zijn.”

Meghoe hoopt dat het niet hierbij blijft maar dat na Covid-19 ook regelingen getroffen worden voor het vertalen van nieuwsberichten en andere belangrijke dingen. Ivan Tai-Apin, regisseur van de film ‘Wiren’ waarin de hoofdpersoon doof is, pleit voor meer gebarentolken bij informatieve televisieprogramma’s, zoals het journaal. “Ik heb van dove mensen begrepen dat zij blij zijn dat zij nu rechtstreeks de informatie kunnen volgen.”

Mensen zijn zich bewust geworden van de noodzaak van gebruik van de gebarentaal in Suriname want iedereen heeft recht op informatie. Hij stelt voor dat Suriname snel werkt aan een ‘tolkensysteem’ zodat de doelgroep ook in het maatschappelijk leven het recht van een tolk kan krijgen. “De wet ligt er sinds 2017 maar moet alleen nog worden gepubliceerd in het Staatsblad.”

Bron: dwtonline.com