Monica Nanne geeft uitleg over de gebarentaal aan de deelnemers.

Drie nieuwe leerkrachten van de Kennedyschool zijn getraind in de Nederlandse gebarentaal. Deze is taal is heel belangrijk, omdat de onderwijsgevenden in staat moeten zijn om op de juiste wijze te communiceren met de leerlingen. “De lessen worden gegeven in de Nederlandse gebarentaal en is dus een belangrijke tool om de leerling te bereiken”, zegt Naomi van Holt, onderhoofd van de Kennedyschool aan Starnieuws.

Naast de drie leerkrachten hebben twee Nederlandse stagiaires en twaalf internaatleiders de cursus gevolgd. Het doel van de training was dat de medewerkers van het internaat en de leerkrachten beter kunnen communiceren.

Tijdens de training hebben de cursisten gebaren geleerd, die voorkomen tijdens de interacties op het internaat en de school. De cursus is verzorgd door de stagiair, Monica Nanne, die de Nederlandse gebarentaal studeert aan Hogeschool in Utrecht.

Drie principes
Bij de gebarentaal wordt gebruik gemaakt van de handen en de ogen (manuele en visuele modaliteit). Dit verschil in modaliteit zorgt ervoor dat gebarentaal drie belangrijke principes hanteren, die weinig of niet gebruikt worden in gesproken talen. Deze zijn mimiek en lichaamstaal, simultaneïteit en gebruik van de ruimte.

Verder geeft Nanne aan dat de gebarentaal niet universeel is. “Elk land heeft zijn eigen gebarentaal”, vult zij aan. De Nederlandse en Surinaamse gebarentaal hebben overeenkomsten, maar verschillen toch van elkaar. “Denk maar aan de Surinaamse gebaren voor het geven van een brasa of een bosi”, deelt zij lachend mee. De Surinaamse gebarentaal is in ontwikkeling om een zelfstandige gebarentaal te worden.

Ook voor Astrid Wittenberg, die als dove tolk en administratieve kracht verbonden is aan de school, was het een goede gelegenheid de gebarentaal te perfectioneren. “Ik heb veel geleerd. Mijn ‘gebarenschat’ is vergroot”, voegt zij eraan toe.

Culturele minderheid
Volgens Nanne is het zeer opvallend dat in Suriname de doven gezien worden als gehandicapten, hetgeen zij heel erg jammer vindt. “Ik zie doven als een culturele minderheid in de Surinaamse samenleving. Je zou ze kunnen vergelijken met een bevolkingsgroep, die gediscrimineerd wordt”, geeft zij aan.

Een andere constatering die zij deed is dat de kinderen van het internaat de taal beter beheersen en ontwikkelen dan de kinderen, die thuis bij hun ouders wonen. Wat zij zo bijzonder vindt aan de kinderen van Kennedyschool is dat ze puur zijn. “Je ziet duidelijk dat geen enkele arts aan hun lichaam is geweest. Zij hebben geen operaties ondergaan”, benadrukt Nanne.

Het verzorgen van de training heeft zij positief ervaren, omdat de deelnemers enthousiast en gemotiveerd waren. “Ik kon zien dat ze genoten van de lessen. Gebarentaal is een heel mooie taal, dus eigenlijk moet iedereen het gewoon leren”, beaamt zij. Aan het begin van elk schooljaar worden de nieuwe leerkrachten getraind in de gebarentaal. De training wordt dan verzorgd door Astrid Wittenberg of Rosita Ethnel, de directrice van het internaat. De cursus heeft twee maanden geduurd en is gisteren afgesloten met de uitreiking van de certificaten.

Rachel Dompig

Bron: Starnieuws